• Joyce van der Bend en Hilbert ter Kulve

    Twee motoren staan voor de deur. Hilbert ter Kulve (27) en zijn gade Joyce van der Bend (24) rijden er graag op uit, op de sportief razende tweewielers. “Maar niet zo vaak hoor,” zegt Hilbert. Beiden leiden een druk leven. Een goed georganiseerd leven. Een fraaie achtertuin springt bij binnenkomst als eerste in het oog. Hier wordt prijs gesteld op goed onderhoud, dat is duidelijk. De tuin is nauwgezet geknipt en geschoren en door een rietschutting tegen pottenkijkers afgebakend. Ondanks dat ook de bessenstruik wordt afgeschermd, ontkomt deze niet aan de pikkende vogeltjes.
    Hilbert: “We wonen hier nog niet zo lang. Mijn vriendin en ik werken fulltime, normaal gesproken zijn we overdag niet bereikbaar.” Nu is zijn vriendin weg omdat deze de haren van haar jubilerende opa en oma aan het knippen is. Zometeen zal zij er wel zijn, voor de foto. Haar partner heeft sportschoolacademie gedaan en werkt nu in een supermarkt als eerste verkoopmedewerker. Dit was zijn oude baan voordat hij fysiotherapie ging studeren, maar die tak van sport beviel hem uiteindelijk niet. Om na vier jaar scholing alleen maar mensen in een fitnessruimte te begeleiden, zag hij niet zitten. Hilbert ter Kulve begrijpt niet dat je daar vier jaar voor moet blokken. Terug naar de supermarkt dus, waar hij, zoals hij het zelf noemt, “resultaatgericht werk” mag verrichten, in plaats van gezellig met mensen te kletsen of het wel lekker loopt, tilt en zweet.

  • “We hadden de nodige verhalen over de Adelbuurt gehoord,” zegt hij. “Overlast, hangjeugd, het zou er niet deugen. Het enige dat we af en toe horen, zijn de buren die een filmpje draaien. Daarvoor hoef je de politie niet te bellen.”
    Of hij mee gaat in de verbouwingsplannen in de buurt weet de supermarktemployee niet. Want hij weet niet of hij en zijn levensgezellin er zullen blijven wonen. “Dat ze die houten schuurtjes aanpakken is een goed idee, een beetje aandacht om de boel netjes te houden is wel goed.” Maar om zijn tuintje op te offeren voor het verplaatsen van de schuur van de voorzijde van het huis naar de achterkant? Dat ziet hij niet zitten. Maar als ze het Hilbert hadden gevraagd, waren de flats achter zijn huis wat hem betreft meer opgevrolijkt. Omdat ze nogal donker ogen. Witte plintjes in de ramen hadden al een stuk gescheeld.
    “Ik heb haast geen contact met de buurt, die binding heb ik niet. Ik spreek de buurman wel eens. Voor de rest merk ik weinig van de mensen hier.” Door het werken aan zijn tuintje kwam Hilbert ter Kulve een beetje in contact met de buren, die ook prompt begonnen hun achterplaatsje op te knappen. Buurtcontact door de grasmat heet dat.